Verlaten gebouwen vormen vaak de inspiratie voor Staf zijn schilderijen. Als ingenieur-architect vertrekt hij graag vanuit de gebouwde omgeving, maar waar architectuur streeft naar duurzaamheid en tijdloosheid, toont zijn werk juist de onvermijdelijke vergankelijkheid. Zijn grootformaatschilderijen vangen de schoonheid van verval met een poëtische toets, waarbij interieur en exterieur zich als vanzelfsprekend vermengen.
Met een ruwe, expressieve penseelvoering roept Staf die sfeer van melancholie en tijdelijkheid op. Niet de perfecte weergave van de werkelijkheid is zijn doel, maar het vastleggen van een vluchtig moment. Lichtcontrasten en diepte zuigen je als kijker het schilderij in – alsof je zelf even deel uitmaakt van die vervlogen wereld.